Havenbedrijf Hudig & Pieters
Vergaderen aan de Maas
Vincent Pieters beheert ‘De Maaskamer’ op Westerkade 27, een schitterende plek voor bijeenkomsten en vergaderingen. Het is de voormalige directiewoning van het havenbedrijf Hudig & Pieters. Zijn zus Davy Pieters heeft op Westerkade 29 op de 1e verdieping ‘Galerie Westerkadekunst’. Het pand is ooit gebruikt als kapiteinswoning van de firma.
Vincent heeft zoals vele Pietersen bij het bedrijf gewerkt en vertelde mij:
‘Je had veel kantoren van reders, cargadoors, scheepsagentschappen en bedrijven die lading aanleverden in de wijk en je kende de bijbehorende families. Je deed zaken met elkaar, je was van elkaar afhankelijk. Ieder was lid van roeivereniging De Maas.’ Hij herinnerde zich goed de ‘lopers’, ook met hun brommers en de briefjes die afgestempeld moesten worden. De telexen, die alsmaar ratelden. De roeiers voor het afmeren van de schepen. De kranen op de kade; de pakhuizen met tabak, rozijnen en metaal. En wijn in het pakhuis Reuchlin.
Het bedrijf heeft 114 jaar bestaan. Het leek mij interessant om de bedrijfsgeschiedenis uit te zoeken. In dit artikel beschrijf ik wat ik te weten ben gekomen.
De eerste generatie - Oprichting
Hudig & Pieters werd in 1856 opgericht als cargadoorsfirma door Godefridus Samuel Pieters en Pieter Hudig, Het bedrijf heeft een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van de Rotterdamse haven in de tweede helft van de 19e eeuw. Het is in 1970 verkocht aan Internatio-Müller.
G.S. Pieters
Godefridus Samuel Pieters (1817-1887) was op 15-jarige leeftijd als kantoorbediende begonnen bij Hudig & Blokhuyzen en was daar opgeklommen tot hoofdkassier. Na 22 jaar dienstverband stapte hij in 1854 over naar het cargadoorshuis W.P. (Willem) Knaepen & Co. Kort voor de dood van Willem Knaepen, ook in 1854, was G.S. Pieters waarschijnlijk in de leiding van het cargadoorshuis opgenomen. Ook werd G.S. Pieters als opvolger van W.P. Knaepen in 1855 benoemd tot viceconsul van het koninkrijk der Beide Siciliën (koninkrijk Sicilië en koninkrijk Napels) in Rotterdam. Hij bekleedde het ambt tot de eenwording van Italië in 1860.
Pieter Hudig
Pieter Hudig (1832-1864), kleinzoon van Jan Hudig, oprichter van het cargadoorshuis Hudig & Blokhuyzen richtte met G.S. Pieters de cargadoorsfirma Hudig & Pieters op met een kantoor aan de Boompjes op 108.
Men weet niet of Pieter Hudig zijn aanstaande partner G.S.Pieters heeft leren kennen bij Hudig & Blokhuyzen. Pieter Hudig werkte bij zijn vaders bedrijf in makelaardij- en assurantiezaken, niet bij Hudig & Blokhuyzen. Wat zou de 24-jarige Pieter Hudig bewogen hebben om de 15 jaar oudere G. S. Pieters als medelid van een cargadoorsfirma te vragen? Er was een groot verschil in leeftijd, godsdienst en sociaal niveau. Pieters zal van aanpakken hebben geweten en bij de oprichting in 1856 kon hij al f 5.000 inleggen net als Hudig. Volgens overlevering was de aanleiding een ontmoeting op straat van Pieters met een Engelsman, die later mede-eigenaar van Goole Steam Shipping Company werd en die hem de weg vroeg en zich verbaasde over Pieters’ goede beheersing van de Engelse taal. Ze bleven in contact en Pieters kreeg de agentuur aangeboden van een nieuwe vrachtdienst tussen de belangrijke binnenhavenstad Goole en Rotterdam. Pieters zou daarna Hudig financieel voor de oprichting van een cargadoorsfirma hebben weten te interesseren. Overigens werd de Goole Steam Shipping Company pas in 1864 opgericht. (Goole ligt ca 14 km. ten oosten van Yorkshire en 60 km. van de oostkust en is de verst in het binnenland gelegen haven van Engeland.)
Een poster van na 1923. De Goole Steam Shipping Company werd in 1923 door LMS (London, Midland and Scottish Railway) overgenomen.
Het bleef niet bij een agentuur. Eind jaren 1860 werd Hudig & Pieters ook agent van de Engelse Great Eastern Railway Company, die sinds 1863 regelmatig en vanaf 1875 een dagelijkse dienst tussen Rotterdam en Harwich verzorgde. In 1893 ontwierp de in Den Haag wonende Hendrik Willem Mesdag een affiche voor deze snelle scheepvaartverbinding voor reizigers en vracht. Ook werd Hudig & Pieters agent voor de Rijnspoorweg, die in 1856 Rotterdam per spoor met Keulen verbond.
Advertentie in het Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage, 6 maart 1872
Affiche van H.W. Mesdag uit 1893.
Er werd in 1860 nog naar Rotterdam gevaren via Hellevoetsluis en het kanaal door Voorne. In 1862 vroeg Hudig & Pieters zelfs een concessie aan voor de aanleg van een waterweg tussen Rotterdam en de Noordzee, waarbij de firma het Plan Caland in eigen beheer wilde uitvoeren. Dit getuigde van ondernemingszin, maar er kwam geen toestemming van het rijk.
Uiteindelijk kwam de Nieuwe waterweg er: op 9 maart 1872 koos de ‘Richard Young’ van de Great Eastern Railway Company via de nieuwe vaarweg zee met aan boord o.a. Antoine Plate, de latere president van de Rotterdamse Kamer van Koophandel, de bankier Marten Mees en G.S. Pieters.
De Richard Young
In 1864 overleed Pieter Hudig en zette G.S. Pieters de zaken alleen voort, in latere jaren gesteund door zijn zonen Ludovicus Joannes en Willebrordus Michael. Naast zijn drukke werk nam G.S. Pieters ook deel aan het openbare leven van Rotterdam, o.a. was hij van 1873 tot 1878 lid van de Rotterdamse kamer van koophandel en fabrieken.
In de jaren 1870 had het bedrijf zijn kantoor aan de Boompjes verruild voor een kantoor aan de Rivierstraat 9 in het Scheepvaartkwartier.
G.S. Pieters verhuisde van de Westewagenstraat naar de Westerkade (ingang op Javastraat 10), gebouwd in opdracht van Pieter Hudig, die enthousiast uit Venetië was gekomen en een rij huizen met loggia’s uitkijkend op de rivier liet bouwen. De familie Hudig woonde ernaast, op Javastraat 8.
Woonhuis G.S. Pieters, Westerkade, ingang Javastraat 10, ca. 1870, G. Hoogwinkel, Stadsarchief Rotterdam
In 1889 opende het bedrijf een nieuw hoofdkantoor aan de Westerkade 27, een kantoor - woonhuis dichter bij de Engelse schepen die aan de Westerkade en Parkkade meerden. Het pand was ontworpen door het Rotterdamse bureau Muller en Droogleever Fortuyn, dat later ook het hoofdkantoor van de Holland-Amerika Lijn, het huidige Hotel New York, ontwierp. In dit pand ging G.S. Pieters’ zoon Willebrordus Michael wonen.
Naast zijn woonhuis liet hij pakhuisruimte bouwen voor de opslag van goederen, die aan- en afgevoerd werden van en naar Engeland. In 1896 liet Hudig & Pieters Westerkade 29 bouwen, een woning met eronder pakhuis.
De oude ligplaats aan de Westerkade/ Parkkade had geen spooraansluiting; passagiers gingen met rijtuigen naar het station.
Hoofdkantoor Hudig & Pieters aan de Westerkade 27
In die tijd had Hudig & Pieters ook een filiaal geopend in Amsterdam, en had andere filialen in Londen, Newcastle en Hamburg. G.S. Pieters heeft dit alles niet meer meegemaakt, hij overleed in 1887; de leiding van Hudig & Pieters kwam in handen van zijn beide zonen, Ludovicus Joannes (1849 – 1906) en Willebrordus Michael Pieters (1851 – 1910)
Ontwerp Westerkade 27 voor Willebrordus Michael Pieters
De tweede generatie Pieters – Verzanding Nieuwe Waterweg en Havenstakingen.
De twee zonen hadden het niet gemakkelijk. In 1889 en 1896 vonden in Rotterdam grote havenstakingen plaats, die ook het werk stil legden aan de Westerkade en Parkkade, waar de schepen van de door Hudig & Pieters vertegenwoordigde Engelse maatschappijen laadden en losten.
In het begin ging het ook nog niet goed op de Nieuwe Waterweg. Er dreigde verzanding.
De firma vestigde een bijkantoor in Hoek van Holland. De firma ijverde voor een spoorwegverbinding van Rotterdam naar Hoek van Holland; in 1893 kwam deze tot stand.
De ontwikkeling van Hoek van Holland ging ondertussen door en vanaf 1904 deden de passagiersschepen van de Great Eastern Railway Company Rotterdam niet meer aan en werd Hoek van Holland aanloophaven voor de nachtdienst, die elke dag een afvaart had.
De Hollandse IJzeren Spoorweg Maatschappij en de firma Hudig & Pieters als agenten van de Engelse en Nederlandse spoorwegmaatschappijen maakten Hoek van Holland tot een belangrijk internationaal verkeersknooppunt. De vrachtdiensten van de Goole Steam Shipping Company en de Great Eastern Railway Company bleven op Rotterdam varen; het verzandingsprobleem werd uiteindelijk opgelost.
Belangrijk bij een cargadoors- en scheepsagentenzaak zijn de persoonlijke relaties tussen agent en buitenlandse opdrachtgevers. Voor de nog jonge zonen was dit best lastig. Maar, ze slaagden erin de firma door crises heen te leiden en de zaken verder uit te breiden.
W.M. Pieters
Van de twee broers was W. M. Pieters de grote stuwkracht in de firma. Ook hij bewoog zich in het openbare leven in Rotterdam; hij was o.a. van 1890 tot 1892 gemeenteraadslid voor de liberale partij. In zijn tijd werd het kantoor op de Westerkade te klein en werden de plannen voor een kantoor op Calandstraat 49/51 ontworpen. Voor die dagen zeer groots opgezet. Het pand was gereed in 1910, het jaar waarin W.M. Pieters overleed. In zijn vrije tijd was hij een hartstochtelijk liefhebber van de watersport; hij maakte verschillende vakantiereizen. In de laatste jaren van zijn leven reisde Willibrordus Michael vaak voor herstel van zijn gezondheid naar het buitenland en op een van deze reizen overleed hij op 58-jarige leeftijd in Abbazia, Joegoslavie. Zijn broer, Ludovicus Joannes, was al in 1906 overleden. Nu was het de beurt aan derde generatie Pieters: de twee zonen van Willebrordus Michael, Louis (de slagvaardige zakenman, geboren 1881) en Mr. Ludovicus Joannes (de scherpzinnige jurist, geboren 1884) met neef J.J.J. (Julien Jean Joseph, 1894 – 1938), zoon van Ludovicus Joannes. Deze derde generatie Pieters kreeg de moeilijkheden van de twee wereldoorlogen te verwerken.
Louis en Mr. Ludovicus Joannes Pieters
De derde generatie - De eerste schepen in eigen beheer
In de Eerste Wereldoorlog werden de Engelse passagiers- en vrachtdiensten stopgezet. Hudig & Pieters begon met de opbouw van een eigen vloot. Daar werd de Algemeene Scheepvaart Maatschappij N.V. voor opgericht. Zo begon de firma zelf met schepen onder neutrale Nederlandse vlag op Engeland te varen. Dit was niet gemakkelijk.
Als eerste schip werd het ss Otis Tarda aangekocht, een stoomschip gebouwd in 1884 door de Rotterdamse scheepswerf N.V. Nederlandsche Stoomboot Maatschappij in opdracht van de firma Smith & Co uit Rotterdam. Dit schip verging anderhalf jaar na de aankoop op 21 juni 1916 op een reis van Rotterdam naar Goole; het was op een Duitse zeemijn gelopen en gezonken. De gehele bemanning werd gered door het ss Gelderland van de Rotterdamsche Lloyd.
SS. Otis Tarda (1884-1916)
In 1916 werd het vrachtschip SS Otis Tetrax in gebruik genomen. Dit schip werd in maart 1918 in Kingston upon Hull in beslag genomen door de Engelsen. Op 20 augustus 1918 voer het schip onder Britse vlag met een lading steenkolen van Methil (Schotland) naar Rouen en liep in de Noordzee ook op een Duitse zeemijn en verging.
SS. Otis Tetrax (1916-1918)
In 1918 werd het vrachtschip Export gebouwd, het werd in september opgeleverd en deed ongestoord dienst tot het begin van de Tweede Wereldoorlog. In juni 1940 werd het vrachtschip in Frans-Equatoriaal-Afrika aan de ketting gelegd door het Vichy-bewind en uiteindelijk in beslag genomen. Onder Franse vlag werd het twee jaar later in het Marokkaanse Port Lyautey tot zinken gebracht, maar drie dagen later reeds gelicht door de U.S. Navy en aan de reder teruggegeven. Twaalf jaar later werd het schip gesloopt in Hendrik Ido Ambacht.
SS. Export (1918-1954)
Na de Eerste Wereldoorlog werden de Engelse diensten hervat, waarna de scheepvaartmaatschappij van Hudig & Pieters zich verder bezighield met trampvaart (wilde vaart, varen waar er maar lading is, er zijn geen vaste routes, vastgestelde tarieven en vaste frequenties). Agenturen werden aangetrokken en gingen weer verloren. In 1929 kwam de crisis, desondanks ging de uitbreiding van de firma door. Er kwam in 1933 ondermeer een nieuw emplacement bij de Merwedehaven en in Hoek van Holland de N.V. New Fruit Wharf voor het lossen van fruitboten.
In de Tweede Wereldoorlog ging het niet goed met het bedrijf. Het emplacement aan de Merwehaven werd geheel verwoest en het ss Spar, het grootste schip van de Algemeene Scheepvaart Maatschappij N.V. ging verloren. Er kwam een einde aan praktisch alle activiteiten.
In 1945 was er niets meer over behalve het kantoorpand. Het terrein bij de Merwehaven was verwoest, Hoek van Holland was een woestijn van bunkers en fortificaties en schepen waren verloren gegaan. Desondanks werd met de opbouw begonnen.
Na de Tweede Wereldoorlog
De wederopbouw verliep voor de firma voorspoedig; naast de bestaande agentschappen Great Eastern Railway Company (Londen) en Goole Steam Shipping Company (Hull) werden nieuwe agentschappen aangetrokken, onder andere in Stockholm, Parijs, Hamburg, de U.S.A. en Tokio. Er kwamen eigen scheepvaartdiensten op Londen en Portugal. De afdeling Internationale expeditie ontwikkelde zich al snel; in Amsterdam werd weer een eigen kantoor opgericht.
De vierde generatie - Vennootschap
In 1951 werd de firma een vennootschap. De derde generatie Pieters trok zich uit de firma terug en vertrouwde een weer geheel opgebouwd en krachtig bedrijf aan hun zonen toe. Zij richtten in de jaren ‘50 een aantal scheepvaartmaatschappijen op ten behoeve van de uitbreiding van hun vloot.
Een van die zonen was Ludovicus Joannes (Ludo) Pieters (1921 – 2008, zoon van Louis), een bevlogen kunstliefhebber, mecenas en bestuurder. Wij zijn hem tegengekomen als mecenas van Gerard Reve in onze literatuurwandeling.
Ludo Pieters
In 1946 kwam Ludo Pieters op aandringen van zijn van zijn vader in het bedrijf. In hetzelfde jaar huwde hij met Berthe Bakhuizen van den Brink. Het paar trok in bij Pieters' ouders op de Westerkade/ Javastraat 10.
Ludo en zijn neven Willibrordus Michael (geboren april 1914) en Peter Joannes (geboren januari 1924) werden de beherende vennoten bij Hudig & Pieters. Vanaf 1950 was de latere VVD-politicus Karel Staab enige jaren mededirecteur in het familiebedrijf. In 1970 werd het bedrijf verkocht, waarna Ludo enige tijd voor Internatio-Muller werkte.
Ludo Pieters was als havenbaron een opvallende verschijning vanwege zijn liefde voor kunst en cultuur. Er waren niet zoveel havenondernemers die daarvan hielden. Ook zijn politieke voorkeur maakte dat hij geen doorsnee havenbaron was. In verband met zijn lidmaatschap van de PvdA noemden zijn collega's in de haven hem ‘rooie Pieters’.
Ludo Pieters was sinds 1953 bestuurslid van de Rotterdamse Kunstkring (vanaf 1955 tot aan de opheffing in 1970 voorzitter) en werd met ingang van 1961 eveneens bestuurslid van de Rotterdamse Kunststichting. Als bestuurder in de kunstwereld zocht hij vernieuwing. Gedurende zijn Kunstkringtijd was hij ervan overtuigd geraakt dat het particulier initiatief van de elite uit de tijd was. Hij wilde ‘de gewone man’ (en vrouw) kennis laten maken met de moderne kunsten en vond het beter dat de overheid dit regelde.
Tot slot:
De firma Hudig & Pieters is vanaf het overlijden van medeoprichter Pieter Hudig in handen van de familie Pieters geweest, maar de naam Hudig & Pieters bleef al die jaren gehandhaafd.
Het kantoorpand op Calandstraat 49/51 is afgebroken; op die plek zijn nu appartementen te vinden. De panden Westerkade 27 en 29 zijn gebleven. Het interieur van Westerkade 27 wordt stapsgewijs gerestaureerd en daar waar mogelijk in de oude staat teruggebracht. Hierdoor zijn enkele mooie details weer te zien, zoals de glas-in-lood deuren, tegelwerk, en een gedecoreerd plafond. Recent (2023/24) is tussen 27 en 29 een appartementencomplex gerealiseerd (Westerkade 28).
Literatuur
Broere, Robert Hudig & Pieters 1856-1956, Veen, Van en Scheffers, 1956.
Pieters, Dr. L. J. Honderdjarige scheepvaart- verbinding met Engeland, Rotterdams Jaarboekje, 1964
Visser, Joop et al. (red.), Rotterdamse ondernemers 1850-1950, Rotterdam 2002.
https://historischhoekvanholland.nl/?p=1268#:~:text=Niet%20meer%20naar%20Rotterdam,1900%20in%20gebruik%20is%20genomen.
https://ivlug.home.xs4all.nl/Maaskamer/Maaskamer%20geschiedenis.htm
https://nl.wikipedia.org/wiki/Hudig_%26_Pieters
https://www.dbnl.org/tekst/_jaa004201201_01/_jaa004201201_01_0011.php
Lia Lugthart
Februari 2026