Hendrik Muller Szn 1819-1898
Een van de belangrijkste kooplieden van Rotterdam. Geboren te Amsterdam; zijn vader Samuel Muller was een doopsgezinde predikant, geboren in Duitsland.
Hendrik Muller Szn. In 1862
In 1844 kwam Hendrik in contact met Huibert Van Rijckevorsel in Rotterdam. Hendrik stelde voor om naar West-Indië, waar Huibert al handel dreef, ook manufacturen te exporteren. Vanuit Amsterdam was Hendrik Muller ook al begonnen om manufacturen naar Overzeese gebieden uit te laten voeren en hier paste de relatie met H. van Rijckevorsel mooi in. De handel naar West-Indië werd een succes en door regelmatig in Rotterdam te zijn leerde hij de familie van Rijckevorsel kennen en ook de huwbare dochter Marie waarmee hij een relatie kreeg en met haar vader een afspraak moest maken om de hand van zijn dochter te krijgen.
Huibert Van Rijckevorsel. Dit schilderij door Robert van Eijsden heeft een tijd op Parklaan 3 gehangen. https://museumrotterdam.nl/collectie/item/11249-A-B
Huiberts vader, Abraham van Rijckevorsel, had Hendrik ondertussen ook leren kennen en vond hem goed passen in het zakenleven. Bij zijn aanzoek aan Abraham van Rijckevorsel voor het huwelijk stelde deze hem de vraag of hij in God geloofde en op het ja antwoord gaf hij toestemming, waaraan hij wel twee voorwaarden verbond. Dat de toekomstige woonplaats van het echtpaar in Rotterdam zou zijn en dat de kinderen in de mannelijke lijn een doopsgezinde opvoeding zouden krijgen en de meisjes Waals gezind zouden worden gedoopt (de jongens mochten zelf beslissen of ze gedoopt wilden worden; dit gebeurde doorgaans op latere leeftijd).
Het verhuizen naar Rotterdam was wel een opoffering voor hem. In Amsterdam speelde de band met zijn familie een grote rol maar hij begreep dat het vooral de wens van Marie, zijn aanstaande bruid, was om in Rotterdam te wonen. Verder speelde nog de onduidelijkheid over het associatiecontract met Huibert van Rijckevorsel. Dit was niet duidelijk genoeg en moest nog uitgewerkt worden. Hendrik verstond onder zakelijke associaties iets anders dan Huibert van Rijckevorsel.
In de opgestelde overeenkomst ( december 1850) zou Hendrik in ondertekening slechts procuratiehouder zijn. Dit weigerde hij. Vervolgens was ook de financiële positie minder dan verwacht. Hij moest zijn familie achterlaten en ook zijn eigen bedrijf opzeggen. Bovendien vond hij dat deze mindere positie voor zowel Marie, zijn vader als voor hemzelf niet te doen was. Ze tekenden toch een associatie overeenkomst voor 5 jaar onder de naam H. van Rijckevorsel.
Links Hendrik Muller sr. achter zijn echtgenote Marie met hun zoontje Sam op schoot; rechts zoon Hendrik Muller jr. https://mullerfonds.nl/De-schatbewaarders-van-Hendrik-Muller-ebook.pdf
Met zijn schoonvader A. van Rijckevorsel had hij een goede relatie en kreeg hij goede adviezen. De behandeling van zaken in manufacturen en het reizen daarvoor waren van de vennootschap uitgesloten. De zaken gingen echter niet goed omdat Huibert van Rijckevorsel krankzinnig werd en naar een opname oord in Zwitserland vertrok in 1862.
Ondertussen had Hendrik met steun van zijn schoonvader de leiding al overgenomen omdat het al een tijd niet goed ging. Per 1 januari 1863 zette hij de zaken voort onder de naam Hendrik Muller & Co. Hendrik en zijn gezin gingen aanvankelijk wonen aan de Leuvehaven. Daar woonden ook Abraham van Rijckevorsel met zijn vrouw, de grootouders van de kinderen die erg genoten van de jeugd en hen met veel liefde en zorg omringden. Als de ouders Muller op reis of vakantie waren rapporteerde de grootvader over het wel en wee van de kinderen op Rubroek waar ze vaak verbleven.
In 1864 overleed Abraham van Rijckevorsel en Huibert zijn zoon in 1866. In 1872 verhuisden Hendrik en zijn vrouw samen met de weduwe van Huibert van Rijckevorsel naar respectievelijk Parklaan 1 en 3.
Voorlopig woonden ze aan de ‘Canal Grande’, de Leuvenhaven. In de zomer was het huis in Rubroek een heerlijk verblijf voor de familie. Er was een moestuin en kegelbaan en veel mogelijkheden voor iedereen om zich te amuseren.
Na het overlijden van H. van Rijckevorsel in 1866 moet het plan zijn ontstaan om zich te vestigen aan de rand van de stad en wel in de Muizenpolder het zogenaamde Tweede Nieuwe Werk samen met schoonzus van Rijckevorsel. Hendrik koopt het buitenverblijf Nooitgedacht via een advertentie. Ze hebben het bouwsel laten afbreken en twee nieuwe aaneengebouwde huizen laten bouwen. Het ontwerp was gelijk van stijl en even hoog. Aan de binnenkant geheel naar eigen smaak en naar eigen behoefte en comfort van die tijd. De bouw in 1869 verliep niet snel door vertraging in het ontwerp en nauwelijks overleg. Pas in 1872 kon men er gaan wonen! De verhuizing ging onder leiding van ‘juf’ Brem, de gezelschapsjuffrouw van schoonzuster van Rijckevorsel-Schmidt.
Parklaan 1 en 3.
Doordat Hendrik veel zorg besteedde aan zijn vrouw die regelmatig ziek was en voor herstel in Zwitserland verbleef, was deze hulp een uitkomst. De tuinen en buitenplaatsen van de landelijke en lieflijke Muizenpolder waren tot buiten Rotterdam befaamd. Maar de verstedelijking werd ondertussen een feit. Het gezin Muller kreeg te maken met zwaarmoedigheid van Marie de moeder. Net als haar broer Huibert, maar ze probeerde het op te lossen door veelvuldig naar kuuroorden te gaan. Ook gingen de kinderen hun eigen weg welke niet altijd de keuze van de ouders was. De zoons spraken elkaar ook niet meer.
De laatste jaren van Hendrik Muller in de politiek en zijn leven waren zwaar. De Congo kwestie in 1884 had tot veel tegenstrijdigheid geleid tussen de mogendheden die wilden profiteren van het economische belang in het stroomgebied van de rivier de Congo. Het ging vooral om de commerciële vrijheden aan alle naties in dat gebied te waarborgen en voor de Nieuwe Afrikaansche Handels Vennootschap (N.A.H.V.) was dat van levensbelang! In 1884 in Berlijn was ook Muller aanwezig en had hij veel moeite gedaan om via zijn contacten het belang van het traktaat ten gunste van vrijhandel te laten ondertekenen door de Europese mogendheden. De praktijk zou echter anders leren.
Een kleine groep mannen gezeten voor het gebouw van de Nieuwe Afrikaansche Handels Vereeniging, Collectie Wereldmuseum, v/h Tropenmuseum.
Ook bij zijn terugkeer uit Berlijn bleek in de directie van de N.A.H.V. nieuwe onenigheden te zijn ontstaan. Dit bezorgde hem slapeloze nachten en Berlijn had al voor depressies gezorgd maar desondanks bleek zijn gezondheid tegen dergelijke spanningen bestand en zijn werklust en werkkracht bleken optimaal. Hij vond ruimschoots de gelegenheid om binnen als buiten de Eerste kamer in woord en geschrift zich nuttig te maken voor de Nederlandse economische politiek. Ondertussen was de gezondheid van zijn vrouw achteruit gegaan. Zijn zoon Sam woonde nog thuis aan de Parklaan 1.
Vader en zoon omringden haar met veel zorg. Ze ging steeds minder horen en minder zien. In november 1893 overleed haar beste vriendin, tegelijk haar schoonzus en buurvrouw Elise van Rijckevorsel-Schmidt en zij zelf vier maanden later op 18 maart 1894.
Het personeel heeft het na haar dood mogelijk gemaakt dat vader en zoon konden blijven wonen in het grote huis. In 1888 was Muller al afgetreden als directeur van N.A.H.V. om zich aan zijn werkzaamheden van de Eerste Kamer te wijden, maar hij ging in 1889 weer nieuwe zaken opzetten. Hij wilde via zijn neef onderzoek laten doen in de residentie Palembang voor ontginning en aanleg van tabaksplantages.
Ondanks alle inspanningen en meerdere pogingen tot het oprichten van koffie ondernemingen en beleggingen zoals in de NV Cultuurondernemingen Way Lima en Kedongdong met zijn zoon als directeur, bleken geen succes. Het bleek dat ondanks alle werk en idealisme, waar hij bijgestaan werd door zijn zoon Sam in dat grote huis in de Parklaan, waar al dat werk verricht werd, het echte geluk geweken was. Enige dagen na zijn 79e verjaardag is hij met zijn zoon Sam naar het zo vertrouwde Wiesbaden gegaan en daar door een beroerte getroffen en na een kort ziekbed op 15 augustus 1898 overleden.
Op de Algemene Begraafplaats Crooswijk in Rotterdam vond hij naast zijn vrouw en jongste zoontje zijn laatste rustplaats.
Hendrik Muller was op de eerste plaats een Rotterdamse handelaar in een groeiende handelsstad. Actief in textielhandel op de Westkust van Afrika en in Nederlands-Indië. Reder en lid van de Eerste Kamer en strijder tegen protectionisme. Bevoorrecht door fortuin, afkomst en beperkt kiesrecht.
Januari 2024
Ineke Essens
Uit: Muller. Een Rotterdamse Zeehandelaar Hendrik Muller Szn (1819-1898), door Hendrik Muller, 1977