Madeleine Berkhemer
Madeleine Berkhemer (Bergen op Zoom, 25 augustus 1973 – Rotterdam, 17 september 2019) was een Nederlandse kunstenaar en woonde in het Scheepvaartkwartier in Rotterdam. Zij verwierf bekendheid met sculpturen, fotowerken, tekeningen en installaties waarin sensualiteit en erotiek een terugkerend thema zijn.
Berkhemer studeerde van 1992 tot 1996 mode aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam.
Van 1995 tot 1999 was ze assistent van modeontwerper Martin Margiela. Hij is een Belgische modeontwerper, die zijn opleiding in Antwerpen had genoten en daarna in 1984 naar Parijs vertrok, waar hij zijn eigen collectie ontwierp en meteen al veel succes had.
Madeleine woonde en werkte in Rotterdam, maar ze ging vaak naar Frankrijk waar ze al snel succes had met haar weelderige werk in zowel luxe badplaatsen aan de Côte d’Azur als in de modewereld in Parijs – waar haar werk nog recent postuum te zien was bij collectioneur en modemerk Agnès B. Toen ze nog leefde en daar exposeerde, waren de openingen drukker bezocht dan in het nabije Centre Pompidou.
In het buitenland werd ze in het begin van haar carrière beter ontvangen dan in Rotterdam dat haar voor haar gevoel minder te bieden had, maar waar ze desondanks altijd mee verbonden bleef. In die jaren negentig had Rotterdam een kleine kunstscene zonder schijnwerpers. Door die luwte was er ruimte voor brutaliteit. Zo werd ze in een adem genoemd met mensen als Erik van Lieshout, Charlotte Schleiffert, Karin Arink en David Bade. Kunstenaars die ieder een brutale en vaak shockerende beeldtaal hadden, net als zij, maar die je nooit met elkaar zou verwarren, omdat ieder een eigen handschrift heeft. Bij Berkhemer speelde mee dat ze haar werkterrein verbreedde voorbij de beeldende kunst. Door haar mode-achtergrond had ze iets met de glamour die daarbij hoort – haar werk bleef sensueel, een theatraal rollenspel, zodat artistieke en seksuele spanning elkaar versterkten.
Binnen haar kunstwerken gaf Berkhemer uitdrukking aan erotiek. In haar performances, maar ook in sculpturen, tekeningen en foto’s richtte zij zich veelal op 'het spel van verleiding'. Madeleine bestempelde sensualiteit als ‘sculpturale vrouwelijkheid’. "Zonder seksuele lading heeft kunst geen bestaansrecht" was een bekende uitspraak van Berkhemer.
Naar eigen zeggen werkte Berkhemer met 'de meest basale vorm van vrouwelijk machtsvertoon'; namelijk met haar lichaam. Toeschouwers wilde zij confronteren met hun eventuele angst voor die bewuste macht, en ook met eventuele verlangens en schuldgevoelens die zouden kunnen worden opgeroepen.
In interviews verzette Berkhemer zich tegen het idee dat haar werk een feministische inslag zou hebben.
"Het feminisme heeft voor mijn gevoel te maken met de positie van de vrouw ten opzichte van de man. Maar dat is geen punt in mijn werk. Als je het dan toch per se wilt benoemen, noem het dan pornografisch, of erotisch. Nee, het gáát niet meer over die man-vrouwdiscussie. Ik hoef niet meer te vechten voor gelijke rechten of een speciale positie. We hoeven ons niet meer te verdedigen als vrouwen. We hébben die plek, dus we kunnen ook weer gewoon vrouw zijn. Wellicht wat emotioneler, we kunnen andere dingen maken. Vrouw zijn heeft zo zijn voordelen. Daar werk ik mee."
Een van de belangrijkste materialen waarmee Berkhemer werkte was pantystof. Ze rekte het textiel uit en creëerde er spinnenwebachtige kunstinstallaties mee. Ook omspande ze er objecten mee, waaronder tafels, sportauto’s en glazen bollen. Gehuld in de weelderige pantystof deden rondingen (van de bewuste objecten) denken aan vruchten, borsten en billen.
Op onderstaande afbeeldingen is een object te zien van Madeleine; op een perspex doosje zie je twee witte pumps gewikkeld in pantystof en vastgebonden met een ketting. In de neus van de schoen is nog net een stukje stof te zien, waarschijnlijk sokjes.
(Kunstwerk in particulier bezit)
Door zelf regelmatig als pin-upgirl te poseren stelde Berkhemer zich bloot aan een door haarzelf gecreëerd voyeurisme. Kunstfoto’s waarin de kunstenaar sensueel figureerde zijn aangekocht door musea en verzamelaars in diverse landen. Ook werden ze gepubliceerd in diverse erotische- en fetishbladen, waaronder op de cover van het pornografisch tijdschrift Hustler.
Onder de namen Milly, Molly en Mandy creëerde Berkhemer een drietal alter ego’s. De drie fictieve pin-upgirls hadden hun namen te danken aan het karakter Millicent Margaretha Amanda, een meisje uit kinderboeken van Joyce Lankester Brisley (1896-1976), dat in die verhalen de bijnaam ‘Milly-Molly-Mandy’ kreeg.
Berkhemer: "Als kind mocht ik alleen met mijn handen op de rug naar mijn moeders antiquaire ‘Milly-Molly-Mandy storybook’ kijken. Ik was er door gefascineerd. Voor mij is Milly-Molly-Mandy de personalisatie van de vrouw in het algemeen. Geen enkele vrouw is slechts één type vrouw, maar heeft iets van een gespleten persoonlijkheid. Milly-Molly-Mandy doet me denken aan de drie genaden: schoonheid, deugd en geluk. Dat vind ik zo mooi aan ze als symbool; dat één vrouw deel kan uitmaken van verschillende werelden. Ik wilde ze alle drie visualiseren en personaliseren, zodat Milly-Molly-Mandy allemaal tot leven komen en de kijker reflecteren wat hij of zij graag zou willen zien."
Binnen performances vertolkte Berkhemer regelmatig de drie alter ego’s. Dankzij beeldbewerking werden haar Milly, Molly en Mandy ook regelmatig in kunstfoto’s samengebracht. De kunstenaar gebruikte de drie figuren daarnaast in ontwerpen voor onder meer skateboards en als basis voor kunstspiegels.
In de jaren na 2006 ontwikkelde het oeuvre van Berkhemer zich minder verhalend. Ze ging abstracter werken. Ook legde zij zich nader toe op de creatie van pantystof-kunstinstallaties die zij tussen wanden en plafonds spande, en waar vanaf in pantystof gehulde bollen naar beneden leken te ‘druipen’. Ook museum Boijmans van Beuningen heeft dergelijk werk van Madeleine in de collectie.
“de verloren parel”, (Madeleine Berkhemer, 2015) Het Park, Rotterdam.
In 2015 ontwierp ze voor het Park bij de Euromast een reusachtige parelketting met een openliggende oester, “de verloren parel”, die er schijnbaar terloops bij ligt. De kralen variëren in grootte en zijn deels opengewerkt, vergelijkbaar met het idee van massa versus leegte in de moderne beeldhouwkunst, dat in deze witte uitvoering doet denken aan het sculpturale oeuvre van Barbara Hepworth. Tegelijkertijd is het idee van een parelketting vooral iets uit andere tijden, uit de pre-moderne Romantiek.
Voor een stad die voor iedereen moet zijn, is zachte elegantie een manier om deze aansprekend en toegankelijk te maken. Dat geldt vooral voor De verloren parel, speelobject en kunstwerk ineen. Je mag erop, erin, alles mag, waardoor het een geliefd kunstwerk is met breed draagvlak. Het is een halsketting wat iedereen eraan af ziet en er ligt een opengeklapte oester bij, waardoor het behalve begrijpelijk ook sprookjesachtig wordt. Mysterie en sensualiteit zitten dicht tegen elkaar aan.
Zoals de ketting een sieraad voor het park is, geldt dat ook voor het spiegelglazen hekwerk Leg Show dat ze in 2019 na eerdere varianten ontwierp voor het voorplein van de Arminiuskerk. Dat bestond uit manshoge silhouetten van hooggehakte schoenen en netkousen. Nu zijn hekwerken altijd al de lingerie van een stad, maar met zijn spiegelglas betrok Berkhemer ook letterlijk het lichaam van de passanten: je ziet jezelf gespiegeld in deze voorstellingen en in relatie tot het stadsbeeld. Hard als erotiek kan zijn, gebruikte Berkhemer het juist om haar werk laagdrempelig te maken.
Het werk is passend gemaakt voor de op dat moment nog lage muur van de Arminiuskerk, ter gelegenheid van een debatavond in de kerk zelf waar ontwerper Christian Louboutin in gesprek zou gaan met Berkhemer over haar werk en hun jarenlange samenwerking. Door omstandigheden ging het niet door. Inmiddels is het meer traditionele hek van de Arminiuskerk teruggeplaatst. De hooggehakte netkousen en laarzen zijn buiten voor de Kunsthal gezet toen daar in 2023 een expositie over Berkhemers werk was ingericht. Na de tentoonstelling in de Kunsthal krijgt het werk een definitieve plaats op een publieke plek in het hart van Rotterdam.
Op 16 september 2018 heeft Madeleine Berkhemer in samenwerking met de Bewoners Organisatie Scheepvaartkwartier (BOS) de organisatie op zich genomen om met kinderen uit de wijk de ‘biggen’ op het Westplein met schilderingen te versieren.
Mysterie en sensualiteit; die eigenschappen vertaalde ze door in het ontwerp voor Noord. In 2019 werd ze met een aantal kunstenaars gevraagd een schetsontwerp te maken voor de Tuin van Noord, bij de voormalige gevangenis. Uit dit viertal viel de keus op Berkhemers ontwerp: Parabola Blues. Het is een lineair beeld waarvoor ze zich liet inspireren door Het Ding van Naum Gabo bij de Bijenkorf en door de tralieramen in het gevangenisgebouw.
Parabool als in de wiskundige vorm die, ongeveer, een V-vorm is. Blues als in de melancholie die op muziek gezet is en zo mensen verbindt en deelgenoot maakt van iemands gevoel – dit is een tuin met een beladen geschiedenis.
Haar plan bestond uit het hergebruik van twee werkloos geworden trappen waar ooit onnoemelijk veel voeten van gevangenen overheen gelopen zijn. Deze zette ze zo tegen elkaar dat ze als armen omhoog reiken, een hyperbool of V-vorm, symbool van vrijheid, richting de hemel.
Een mooiere vorm is niet denkbaar voor iemand die dit in haar laatste levensfase ontwierp. Daardoor verscheen Parabola Blues postuum, een object dat twee trappen verandert in een sieraad: het stoelt op een sokkel van terrazzo en wordt aangekleed met gouden draden, materialen die alle zullen schitteren in het zonlicht en die de oorspronkelijke turquoise trapverf zullen versterken. Net als de parelketting is ook dit een sieraad. Elegantie om het leven mooier te maken, dat was Berkhemers streven.
Terwijl Berkhemer bezig was met de opdracht kreeg ze problemen met haar gezondheid. Niet veel later bleek de diagnose kanker te zijn, waarna ze nog slechts een paar maanden had voordat ze op 46-jarige leeftijd overleed. Tijdens die laatste weken heeft ze naar verluidt nog met plezier getekend aan dit ontwerp. Ze liet haar man en drie kinderen na. De herdenkingsdienst vond plaats in de balzaal van het Wereldmuseum, met een stille tocht naar De verloren parel in Het Park.
Tijdens haar ziekte, vlak voor haar dood, heeft Madeleine Berkhemer een stichting opgericht om haar nalatenschap te beheren. Op 10 september 2019 is in aanwezigheid van een notaris de oprichtingsakte getekend en de doelstellingen van stichting Madeleine Berkhemer Foundation bekrachtigd: het promoten en beschermen van de kunstcollectie en het oeuvre van Madeleine Berkhemer.
De Kunsthal Rotterdam presenteerde van januari tot mei 2023 een overzicht van het werk van deze Rotterdamse kunstenaar ter ere van haar vijftigste geboortejaar. Het veelzijdige oeuvre van Berkhemer werd getoond in Body of Work. Berkhemers foto’s uit fetisjbladen en haar zinnelijke tekeningen vulden de wanden van HAL 3. Als highlight van de tentoonstelling was de pantysculptuur Garden of Delight – Molly’s Chandelier te zien.
Bronnen:
In memoriam in de NRC; Sandra Smets is kunsthistoricus en schrijft over kunst en publieke ruimte in onder meer het NRC Handelsblad. Dit artikel is ontstaan met dank aan Anton Hoeksema.
Madeleine Berkhemer Foundation, Westblaak 49, Rotterdam
nl.wikipedia.org
Madeleine Berkhemer, nai010 2023, ISBN 978-94-6208-827-6
Lou Verhage, 15 januari 2026